Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Ziekenhuizen zijn ontworpen met de zorg voor patiënten in gedachten—maar hoe zit het met degenen die die zorg verlenen? In hoog-stressomgevingen zoals de spoedeisende hulp werken zorgprofessionals dag en nacht, vaak in functionele maar inspiratieloze ruimtes. Het ArtiC-project (Art in Care – Aesthetic Configurations, Impact, and Care Spaces), ondersteund door een Healthy Future seed grant, maakt deel uit van een bredere initiatief van Stichting Project Stimulus. Dit initiatief onderzoekt hoe artistieke interventies de ziekenhuisomgeving voor zorgverleners kunnen verrijken.

Stimulus, een onafhankelijke stichting die kunst in zorgomgevingen ontwikkelt en implementeert, startte de transformatie in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam. Het project ontstond uit een samenwerking tussen kunstenaar Itamar Gilboa, spoedeisendehulparts en kunstenaar Obbe Tiddens (ook lid van de kunstcommissie van OLVG), Mariska Zwartsenburg (spoedeisendehulparts en hoofd onderzoek bij OLVG), en curator Alessandra Laitempergher. Samen onderzochten zij de vraag: wat gebeurt er als we de ziekenhuisomgeving actief herdenken via kunst? Hun werk legde de basis voor de lopende interventies en artistieke transformatie van de Spoedeisende Hulp van OLVG.

Toen het project groeide, sloten onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam zich aan om de impact van deze interventies te onderzoeken. Dankzij de Healthy Future-subsidie konden leden van het ArtiC-team—Noa Roei, Jeannette Pols, Maya Lane, Simone Stergioula en Emily Read—onderzoekstijd inbrengen en interdisciplinaire samenwerking stimuleren. Terwijl Stimulus financiering verkreeg van onder andere Stichting DOEN en het Prins Bernhard Cultuurfonds om de artistieke interventies te realiseren, richt het ArtiC-project zich op het begrijpen en contextualiseren van de impact ervan binnen bredere discussies over zorg, esthetiek en welzijn.

Zorgverleners Centraal

In stressvolle omgevingen zoals de spoedeisende hulp moet het welzijn van het personeel prioriteit zijn. “Als je goed kijkt naar de SEH, zie je dat we met meer dan 200 medewerkers werken, dag en nacht, doordeweeks en in het weekend. Er zijn altijd mensen aanwezig. De focus ligt altijd op de patiëntenzorg. Dat is waar we voor zijn opgeleid, waar we het constant over hebben—hoe kunnen we de zorg voor patiënten verbeteren?” zegt Mariska Zwartsenburg. Maar dit gaat vaak ten koste van de zorgverleners zelf. “Natuurlijk is patiëntenzorg een belangrijk onderdeel van ons werk, maar het is maar één onderdeel. We hebben medewerkers nodig die zich goed voelen en in staat zijn dit werk dag in dag uit, week na week te doen.”

Jeannette Pols vult aan: “We denken niet genoeg na over het welzijn van zorgpersoneel, en ook niet over wat hen überhaupt in staat stelt om te zorgen. Het is zwaar werk—mensen komen de spoedeisende hulp binnen in stukken, en dan moeten Mariska en Obbe hen weer samenstellen. Medewerkers stoppen enorm veel tijd en energie in die zorg, en als we zorg niet als een netwerk van relaties zien, missen we een essentieel deel van het verhaal. Het medische model zoals het nu is, schiet daarin tekort.” Ze vervolgt: “We benadrukken ‘patiëntgerichte zorg’, maar we vergeten dat een patiënt geen autonoom lichaam is dat gerepareerd moet worden. Patiënten worden omringd door mensen die voor hen zorgen—formeel en informeel. En we zijn het zorgpersoneel vergeten.”

De fysieke omgeving speelt een cruciale rol in het zorgen voor de zorgverleners. “Als je naar onze gangen kijkt: grijs en wit. De vloeren zijn onaangenaam. De koffieruimte is geen ontspannen plek. Als je een korte pauze nodig hebt—wat soms echt nodig is—is er geen fijne plek om even tot rust te komen. Op een gegeven moment liet ik jullie zien waar ik soms rondjes loop om even een moment voor mezelf te hebben: de ambulancegang,” zegt Zwartsenburg. Dit gebrek aan mentale en fysieke ruimte inspireerde het bredere Stimulus-initiatief. Het ArtiC-team sloot later aan om de betekenis hiervan te onderzoeken. “We begonnen in de ziekenhuisruimte te werken met de gedachte: wat als we deze plek een beetje veranderen? Wat als we met deze ruimte spelen? Wat doet dat met het welzijn van het personeel en hun ervaring als zorgverleners?” blikt Noa Roei terug. Haar reflectie verwijst naar de vragen die eerst werden gesteld door Itamar, Obbe, Mariska en Alessandra—nu kernleden van de gezamenlijke Stimulus–ArtiC-samenwerking.

Taal Geven aan Ervaring

Er was nog een tweede uitdaging: hoe voer je effectief onderzoek uit in een ziekenhuisomgeving? “Aanvankelijk wilden we enquêtes gebruiken. Maar denk aan SEH-personeel—ze rennen de hele dag rond, en dan vragen wij ze een vragenlijst in te vullen? Misschien doen ze dat één keer, maar het is niet interessant voor hen. In mijn onderzoek kijk ik naar manieren om mensen op een betekenisvolle manier te betrekken. De uitdaging is in elke context hetzelfde: gebrek aan tijd en ruimte. Hoe kan onderzoek daarin passen?” zegt Pols. Daar komt bij dat de terminologie niet altijd duidelijk is. “Er zijn zoveel termen: welzijn van personeel, veerkracht, enzovoorts. Er is veel debat over wat die termen precies betekenen, en de definities veranderen voortdurend. We zoeken nog naar de juiste taal om onze bevindingen te duiden en aan te sluiten bij bestaand onderzoek,” vult Zwartsenburg aan.

Ook de onderzoeksmethodologie is onconventioneel. “Onze aanpak draait om zorgzaam onderzoek doen. We zien onszelf niet als externe waarnemers; we maken deel uit van de zorgecologie zelf. Dat betekent ook dat niet alles op dezelfde manier meetbaar is. Medisch onderzoek wil vaak harde, meetbare voor-en-na-resultaten. Maar bij kunst werkt dat niet altijd zo—het loopt over, past niet in vaste kaders,” zegt Roei. In plaats daarvan zoekt het team naar een nieuwe taal om ervaringen, emoties en sferen te vangen—een taal die waarde hecht aan processen en duur, niet alleen aan resultaten.

Het onderzoek combineerde etnografische methoden met kunstpraktijken om de ervaringen van SEH-personeel te onderzoeken. Via observaties op de werkvloer verkende het team de dynamiek, spanningen en mogelijkheden binnen de afdeling. Co-creatieve kunstworkshops hielpen medewerkers te verwoorden wat zij het meest betekenisvol vinden in hun werk. Sensorische mappingtechnieken, geïnspireerd op stadsstudies, nodigden medewerkers uit om plattegronden van de afdeling te annoteren en hun ideale werkruimte te verbeelden. Daarnaast werden flashcards gebruikt om reacties van personeel op een portretproject vast te leggen, met thema’s als herkenning en identiteit binnen de spoedeisende hulp. “Deze aanpak betrekt medewerkers op een manier die voor hen betekenisvol is én levert waardevolle inzichten op,” legt Pols uit.

Waarom Kunst?

Het project daagt aannames uit over de rol van kunst in de zorg. “Kunst is niet alleen een object aan de muur. Het gaat om het proces van maken, keuzes maken, waarnemen. Dat is wat mensen echt betrekt. Je kunt vragen: ‘Waarom kunst? Waarom niet gewoon een gesprek?’ Maar kunstervaring creëert afstand tot het functionele—het alledaagse werk—en nodigt uit tot reflectie. Het biedt ruimte om te denken: ‘Wat hebben we nodig? Wie ben ik? Wat is belangrijk?’” aldus Roei.

“In het begin wist het personeel niet goed wat we aan het doen waren. Er waren veel vragen en twijfels. Mensen maakten zich zorgen dat dit alleen maar extra papierwerk zou betekenen. Maar naarmate het project vorderde, groeide hun enthousiasme. Het bracht gesprekken op gang over onze omgeving, en we realiseerden ons: deze ruimte beïnvloedt ons allemaal—niet alleen individueel, maar als team. We dachten altijd: ‘Zo is de cultuur nu eenmaal; laten we het er maar niet over hebben.’ Maar nu kunnen we er wél over praten—en misschien zelfs iets veranderen,” zegt Zwartsenburg.

Het uiteindelijke doel van het project is om perspectieven te verschuiven over wat echt belangrijk is in zorgomgevingen. “Met dit onderzoek maken we een statement: kunst en onderzoek zijn geen toevoegingen aan de zorg. Ze zijn geen extra’s. Het gaat niet om decoratie nádat de essentiële zorg geregeld is—het gaat om een herdefinitie van wat ertoe doet in zorg. Esthetiek integreren als fundamenteel onderdeel van leven en welzijn,” besluit Roei.

Dit onderzoek is een uitnodiging tot verdere dialoog tussen medische geesteswetenschappen, sociale wetenschappen en zorgprofessionals—richting ziekenhuisomgevingen die het welzijn van zowel patiënten als zorgverleners erkennen. “Het project werd iets voor ons allemaal, met twee lagen. Eén laag is de interventie in de ruimte—kunst en zorg. De andere is het hervormen van onderzoek, zodat er ruimte komt voor deze gesprekken. En we hebben gemerkt dat beide nog veel werk vergen. We zijn nog lang niet klaar,” besluit Roei.